Op 27 augustus kwam de Onderwijsraad op verzoek van de minister van Onderwijs met een advies over burgerschap. De raad boog zich over het probleem van een (te) langzame ontwikkeling van het burgerschapsonderwijs op scholen. De raad wil de ruimte die scholen hebben om zelf vorm en inhoud te geven aan burgerschapsonderwijs, nadrukkelijk behouden. Tegelijkertijd doet de Onderwijsraad drie aanbevelingen het burgerschapsonderwijs te verbeteren:

Aanbeveling 1: zet in op steun aan scholen en leraren
De overheid moet uitdragen dat burgerschapsonderwijs van grote waarde is. Ook moeten scholen ondersteund worden bij het expliciteren van wat zij beogen en (deels) al doen op het gebied van burgerschapsonderwijs.

 Aanbeveling 2: stimuleer systematische kennisopbouw
De raad vindt het noodzakelijk dat er systematische kennisopbouw over burgerschapsonderwijs plaatsvindt. Dan gaat het bijvoorbeeld om de effecten van burgerschapsonderwijs, effectieve methoden, leermiddelen en toetsen.

Aanbeveling 3: bied scholen een inhoudelijk kompas
Volgens de Onderwijsraad bevat de burgerschapsopdracht aan scholen een gemeenschappelijke inhoudelijke kern. Deze gemeenschappelijke kern bevat twee componenten die in het onderwijs aan bod zouden moeten komen. Ten eerste: kennis over de democratische rechtstaat en de waarden en spelregels die hieraan ten grondslag liggen. Ten tweede: identiteitsontwikkeling van leerlingen, dat wil zeggen de ontwikkeling van en reflectie op eigen idealen, normen en waarden en de eigen positie in de samenleving.